Blog Image

Blogs over onderwijs

Driedaagse schoolweek

Uncategorised Posted on Sat, January 25, 2020 09:55:37

Dat het onderwijs kampt met een groot en structureel lerarentekort is geen nieuws. Het is een ontwikkeling die zich reeds jaren geleden aankondigde. De politiek en de werkgevers hebben onvoldoende gedaan om de huidige crisis te voorkomen. De maatregelen die nu worden genomen om de gevolgen van deze tekorten op te vangen zijn niet veel meer dan plakbandconstructies. Zo worden studenten, zij-instromers, gepensioneerden en onbevoegden ingezet om de gaten op te vullen. Ook komt het voor dat leerlingen helemaal geen les krijgen, omdat er geen enkele oplossing voorhanden is. Als we niet snel ingrijpende maatregelen nemen, is de kans reëel dat de voorgestelde vierdaagse schoolweek binnen de kortste keren een driedaagse schoolweek moet worden. Het lerarentekort zal namelijk alleen maar toenemen.

De vier grote steden zijn bezig met het ontwikkelen van noodplannen om het lerarentekort het hoofd te bieden. Een voornaam doel hierbij is om de kopzorgen van leraren en schoolleiders te verminderen. Dit klinkt mooi, toch baart elk noodplan ons enorme zorgen. Tot dusver hebben we het ministerie van onderwijs niet kunnen betrappen op een degelijke visie op (passend) onderwijs voor leerlingen en over de wijze waarop het vak aantrekkelijker kan worden gemaakt voor leraren. We moeten niet vergeten dat er naast het lerarentekort het Nederlandse onderwijs voor nog enkele andere grote uitdagingen staat. Veel scholen hebben de basis niet op orde. En een gevolg van die gebrekkige basis is dat de leesvaardigheid van Nederlandse jongeren achteruit holt. Als we niet oppassen is straks een kwart van de werkende bevolking functioneel analfabeet.

We zien dat er basisscholen zijn die menen dat je van de nood een deugd kunt maken. Leraren kunnen, zo denken zij, zich met het noodplan eindelijk weer gaan richten op de kernvakken taal, rekenen, lezen, schrijven en wereldoriëntatie. Vakken die meer gericht zijn op brede vorming, zoals kunst, cultuur of Bildung, kunnen worden uitbesteed aan kunstenaars of mensen uit het bedrijfsleven. Veel meer dan vakkennis en een verklaring omtrent gedrag hebben deze mensen niet nodig om leerlingen onderwijs te geven. Dit klinkt mooi, ware het niet dat deze activiteiten bijna altijd moeten worden begeleid door de groepsleerkracht, omdat ze anders in chaos ontaarden met alle negatieve bijeffecten voor kwetsbare leerlingen van dien. Maar dat is niet het enige. Zo geeft Suzanne Lustenhouwer, initiatienemer van ‘Voor de klas’ aan dat de inzet van externe partijen geen oplossing is voor het lerarentekort. Veel organisaties hebben maar een beperkt aanbod, leraren zullen toch echt ter begeleiding mee moeten met de activiteiten buiten school en diezelfde leraren moeten, aldus Lusthouwer, ook nadenken over de vraag hoe deze activiteiten passen binnen het curriculum van de school. Om dit allemaal in goede banen te leiden heeft een gemiddelde school eerder meer medewerkers en extra middelen nodig in plaats van minder. En waar haalt een school die vandaan?

Een noodplan is alleen effectief als deze hand in hand gaat met een degelijke onderwijsvisie en echte investeringen in het onderwijs. Leraren hebben niets aan maatregelen die ervoor zorgen dat hun baan inhoudelijk minder aantrekkelijk wordt en de facto zwaarder wordt. Noodmaatregelen die leraren de scholen en de stad uitjagen vergroten de problematiek. Het zijn feitelijk doodmaatregelen voor het onderwijs aan veelal leerlingen uit de zwakkere, kwetsbare milieus.

Wat is er nu werkelijk nodig om het beroep van leraar in scholen aantrekkelijk te maken en te houden? Welke voorwaarden zijn nodig om leraren te kunnen binden of zelfs meer te laten werken? Denk aan huisvesting zoals koop- en huurwoningen waarin een middenklassegezin kan wonen. Woningen die nu beschikbaar komen voor leraren zijn voor (startende) leraren onbetaalbaar. De salariskloof met andere onderwijssectoren dient direct te worden gedicht. Een salarisdifferentiatie afhankelijk van de wijk of school waar je werkt is nodig. Amsterdam afficheert zich graag als wereldstad, maar is niet in staat om leraren naar die wereldstad te trekken of te behouden. Wereldsteden om ons heen, denk aan Londen en Parijs, kennen al jaren een bonus voor leraren die in hun metropool komen werken.

Maar dat is niet alles. Veel leraren die noodgedwongen buiten de stad wonen krijgen geen volledige vergoeding van de reiskosten. Er zijn nauwelijks parkeerplaatsen beschikbaar. En aanvullende maatregelen die het werken in grote steden aantrekkelijk maken, denk hierbij aan gratis openbaar vervoer, kinderopvang en belastingvoordelen voor leraren, zijn nog niet ingevoerd. Maar neem ook alle barrières weg om zij-instromers een goede opleiding te bieden door de huidige subsidie substantieel te verhogen. Het structureel oplossen van het lerarentekort gaat geld kosten, veel geld.

Nood breekt wet en een noodplan is in de huidige situatie onafwendbaar, maar verdere stappen zijn noodzakelijk. De diverse overheden en de schoolbesturen dienen zich af te vragen wat de behoefte is van leraren. Wat hebben zij nodig om ervoor te zorgen dat ze in Amsterdam willen komen en blijven werken en wonen. Dat vraagt een grote investering. Alleen als je redeneert vanuit de leraar dan kun je het lerarentekort doen afnemen. Doe je dat niet, dan wordt de driedaagse schoolweek op termijn het ‘nieuwe normaal’. Trouwens, is het niet een beetje gek dat leraren en schoolleiders het lerarentekort moeten oplossen?

Martin Bootsma, Eva Naaijkens en Thijs Roovers



Wel mijn register!

Onderwijs Posted on Thu, March 14, 2019 08:02:10

Gisterenavond ontvouwden Jan van de Ven, René Kneyber en ik
onze plannen voor een lerarencollectief. Een plan zonder een echt plan, maar alleen
de vraag of er draagvlak is bij onze collega’s om plannen te gaan maken. Dat
was even slikken voor sommigen, die misschien verwacht hadden met een
uitgetekend plan en een mooie flyer naar buiten te lopen. Toch is het voor ons
essentieel dat we inspraak en beleidmaken via deze route gaan aanvliegen. De
vraag: ‘IS er überhaupt wel behoefte?’, zou best vaker gesteld mogen worden.
Een voorbeeld dat ik hierbij wil gebruiken is het lerarenregister.

Hoewel het plan nu lerarenportfolio heet en het vrij
onduidelijk is wat ermee gaat gebeuren, is het lerarenregister mij (en veel
collega’s met mij) een doorn in het oog geweest. Waarom zou ik mij moeten
verantwoorden en aan wie? Ik heb functionerings- en beoordelingsgesprekken met
mijn leidinggevende, net als elke werknemer, dat vind ik voldoende. Toch moest en
zou er een lerarenregister komen. Het zal niemand verbazen dat dit plan niet
vanuit de leraren ontstond, maar vanuit de toenmalige minister.

Als ik het lerarenregister op dezelfde manier zou aan mogen
vliegen als we nu doen met het lerarencollectief, dan lag er nu iets heel
anders. Dan zou ik zeggen: ‘Ja! Dit is mijn
lerarenregister!’ Dan had ik gezegd dat leraren verenigen in een register een
goed idee zou zijn, als dit zou betekenen dat we het kunnen gebruiken als
inspraakorgaan. Ben je een bevoegde leraar, wil je meepraten en meebeslissen
over onderwijsbeleid, dan meld je je aan bij dit lerarenregister. Je
professionaliseert door middel van het inlezen, de dialogen die je in het
interactieve gedeelte voert en de nascholing waar je via dit register, vrijwillig,
uit kunt kiezen. Je weet of de kwaliteit van de nascholing in orde is op basis
van recensies van anderen. In mijn register zijn er helaas geen registerpunten.
Deze zijn geheel komen te vervallen, omdat leraren niet leren omwille van
punten, maar omwille van beter onderwijs. Dat is de echte beloning.

Laat me duidelijk zijn, dit is mijn idee. Niet het idee van
het lerarencollectief. Dat is er namelijk nog niet. Er ligt nu alleen de vraag,
‘willen we een lerarencollectief?’ Willen we de vaker de vraag: IS er überhaupt
wel behoefte, of blijven we vertrouwen op anderen die bepalen welke behoefte er
is? Voel je meer voor het eerste? Dan is aanmelden op www.lerarencollectief.nl de eerste
stap.



Cao

Onderwijs Posted on Thu, May 03, 2018 16:38:36

Tot voor niet zo lang geleden had ik geen idee hoe een cao-overleg eruit zag. Er lag een cao en daar deed ik verder weinig mee. Hij lag er. Dat was het.

Sinds de opkomst van PO in actie, is dat veranderd. De kans deed zich voor om mee te gaan praten over een nieuwe cao en die kans grepen we, vanuit PO in actie, met beide handen aan.

Onze drie belangrijkste redenen: minder werkdruk, eerlijk salaris en een coa die iedereen snapt en die uit zou gaan van wat de leerkracht wil. Zo zijn we de onderhandelingen gestart en zo staan we er nog steeds in.

Elk belangrijk thema dat besproken wordt aan de onderhandelingstafel leggen we tussentijds voor aan de leerkrachten aangesloten bij PO in actie. Via Facebook, maar ook via Twitter. Zo ging het met het werkverdelingsplan ook. Tussentijds informeren en input vragen, die input meenemen en ervoor zorgen dat er uiteindelijk een voorstel ligt dat gehoor geeft aan de wensen vanuit het veld.

Dan de functiebeschrijvingen. Tijdens één van de eerste overleggen werd duidelijk dat we een verouderd functiewaarderingssysteem hebben. De functiebeschrijvingen van de leerkrachten in het primair onderwijs zijn al jaren niet meer aangepast, en dit heeft gevolgen voor de waardering. Het systeem dat de overheid hanteert (FUWAsys) berekent de waardering voor een functie via de taken die er binnen die functie zijn.

Voor ons was het direct heel duidelijk: als er nieuwe functiebeschrijvingen moeten komen, dan moeten die komen vanuit het werkveld. Samen met de andere sociale partners hebben we besloten om eerst focusgroepen van leerkrachten te vragen en daarna een internetconsultatie te houden om een grotere groep te bevragen. Precies in de lijn van hoe PO in actie het graag ziet: niet een ineens een definitieve cao, waar geen enkele inspraak van leerkrachten aan te pas is gekomen, maar een vanaf de grond af door leerkrachten opgebouwd document.

Fase 1 hebben we gehad. Tientallen leerkrachten gaven input tijdens de focusgroepen. Deze input hebben we verwerkt en onder leiding van Hans Overduin, FUWAspecialist, in vier verschillende functieniveaus verwerkt.

Nu tijd voor stap 2, delen van de functiebeschrijvingen en consulteren via een enquête. Waar ik in het begin nogal van schrok, waren de felle reacties. Sommige zelfs in de vorm van een persoonlijke aanval. Nu, na een dag uitleg geven, schrik ik niet meer. Ik ben blij dat het wat losmaakt en vind het oprecht een meerwaarde dat zovelen de moeite nemen om te reageren. Het leeft, de cao leeft! En hij is nog niet af, hij kan nog worden bijgeschaafd, dat is het mooie.

Ik ben vooral blij met het proces. Wat elke individuele leerkracht ook van elk afzonderlijk onderwerp vindt, we praten erover. Collectief. Gaat het wonderen verrichten? Nee, dat denk ik niet. Gaat het het lerarentekort en de salariskloof dichten? Nee, dat zeker niet. Het is wel een eerste goede stap naar betrokkenheid van een grote groep leerkrachten bij een cao-proces. Fouten die we nu maken, zijn, als ze niet meteen verbeterd kunnen worden, een goede leerschool voor de volgende keer.

Heb je nog niet deelgenomen aan de internetconsultatie? Doe dat dan alsjeblieft alsnog, laat weten wat je ervan vindt. Klik hier En heb je tips over hoe we nog transparanter kunnen werken en jouw stem en die van al die andere leerkrachten kunnen laten horen? Laat het ons weten!

(en ja, sluitingsdatum van internetconsultatie staat tot 15 mei, maar dankzij de reacties op sociale media van betrokken leerkrachten zijn we bezig deze einddatum te verplaatsen. Zo heeft ook de vakantievierende leerkracht straks nog ruim de tijd om mee te denken).



Proces naar en tijdens cao – PO in actie

Onderwijs Posted on Wed, April 18, 2018 21:43:36

In dit stuk geven we een samenvatting van de afgelopen
periode. We willen uiteenzetten hoe we gekomen zijn waar we staan en beantwoorden vragen die gesteld zijn naar aanleiding van de conceptafspraken “werkverdelingsplan”
COA PO dat we vorige week, samen met alle sociale partners, deelden.

We gaan het vooral hebben over de standpunten en de rol
van PO in actie. We kunnen en willen niet praten voor de andere partijen. Helaas
kunnen wij, in het kader van nog lopende onderhandelingen, niet op alle punten
ingaan, of onderdelen uitleggen zoals we zouden willen. Daar vragen we begrip
voor. Dit is inherent aan het onderhandelen en communiceren tijdens dat proces.

Totstandkoming cao

PO in actie neemt voor het eerst deel aan het cao-overleg.
De belangrijkste redenen daarvoor zijn:


Verantwoordelijkheid nemen om te zorgen dat elke
euro die extra in hert regeerakkoord staat, ook bij de leerkrachten en in de
scholen terecht komt;


Informeren van, en zorgen voor inspraak op het
cao-proces door de beroepsgroep zelf;


Een cao die helder is voor alle leerkrachten.

Hiervoor hebben we de volgende stappen ondernomen:

– Mandaat gevraagd om PO in actie als vakbond te
formaliseren en zo als formele partner aan de cao-tafel te schuiven;

– Input gevraagd over algemene aanvliegroute bij het
opstellen van de cao;

Inzetbrief gemaakt o.b.v. input bovenstaande en de
doelen van PO in actie;

– Thema’s van de cao tafel gecommuniceerd;

– Input gevraagd op verschillende thema’s die als eerste
aan bod gaan komen;

– directe input gevraagd via jullie om mbv focusgroepen
te werken aan hernieuwde en geactualiseerde functiebeschrijvingen voor het vak
Leraar PO;

– Eerste thema conceptafspraken (werkverdelingsplan)
gedeeld en vragen beantwoord;

– Live-stream met toelichting conceptafspraken en
mogelijkheid om vragen te stellen;

– Poll gelanceerd op thema om te kijken of er draagvlak
is, met mogelijkheid om vragen te stellen.

PO in actie – lijn

De ingeslagen weg van PO in actie: veel communicatie en
inspraak en inzetten op de leerkracht in pole-position, kwam eerder al tot
uiting bij de presentatie van het werkdrukakkoord. In dit akkoord is het
schoolteam verantwoordelijk voor de besteding van de vrijgekomen gelden.
Hiervoor is een proces beschreven dat gevolgd moet worden en waar ook op
geëvalueerd gaat worden. Je bepaalt als team zélf hoe de werkdruk op jouw
school verminderd kan worden.

Deze lijn trekken we door bij de cao-onderhandelingen. We
communiceren veel eerder dan er ooit gedaan is tijdens een cao-traject, juist
om de fiasco’s die we in het verleden hebben meegemaakt (40-urige werkweek,
basismodel, overlegmodel etc.) te voorkomen. Deze voorbeelden werden niet
gedragen door de leerkrachten en zorgden voor veel frustratie bij
implementatie. Tijd voor verandering dus.

Een groot probleem voor PO in actie met de huidige cao is
het enorme boekwerk dat de cao nu is. Alles is dichtgetimmerd, wat misschien
voor een kleine minderheid heel prettig is, maar waar de overgrote meerderheid
last van heeft. Bijna niemand weet wat er precies in staat. Bij een conflict
wordt de cao erbij gepakt en zelfs dan worden regels op verschillende manieren
geïnterpreteerd. Dit doet wat ons betreft geen recht aan het instrument dat de
cao ook kan zijn; een document dat wat ons betreft dienend hoort te zijn voor
de sector en de professionele ruimte in die sector, in plaats van leidend.

Draagvlak

De twee vragen die wij stelden naar aanleiding van de
conceptafspraken van het werkverdelingsplan waren:

Kun je je vinden in
de afspraak dat het team het voortouw neemt bij het opstellen van het
werkverdelingsplan in de school en zo de professionele ruimte wordt benut?’

Kun je je vinden in
de richting waarin sociale partners afspraken willen maken over hoe het werk op
de school verdeeld wordt?’

Op beide vragen is tot nu toe met meer dan 90% ‘JA’
geantwoord. Dit geeft ons het vertrouwen dat we de juiste richting hebben
gekozen. Het bevestigt ook ons beeld dat we recht doen aan onze inzetbrief,
waar we in een peiling eveneens goedkeuring van meer dan 90% van de stemmers
kregen.

Vragen

Naast dat een overgrote meerderheid positief heeft
gereageerd waren er ook een aantal kritische vragen en opmerkingen. Ondanks dat
dit een smaldeel betreft, gaan we er wel op in. Op onze facebookgroep deden we
dit overigens al met een livestream en het beantwoorden van vragen in de
community. Zoals eerder gemeld kunnen we niet overal inhoudelijk op reageren
omdat de onderhandelingen nog bezig zijn. Toch willen we proberen een aantal
zaken te verduidelijken.

In onze inzetbrief schrijven we het volgende: ‘PO in actie gaat voor een cao die
professionele ruimte biedt aan de gehele onderwijssector. Een cao die
horizontale en verticale samenwerking, de professionele dialoog en collectieve
autonomie als kernwaarden herbergt.”

Wil je de professionele dialoog en collectieve autonomie
stimuleren, zul je sommige zaken moeten
loslaten. En daar wringt het soms bij sommigen. Laten we eerst wat zorgen
wegnemen.

Onder de conceptafspraken die we nu gecommuniceerd hebben,
ligt een meer uitgebreide cao-tekst, waarin ook de individuele rechten beter
beschreven worden. We hebben in het afgelopen jaar echter wel een
koerswijziging ingezet als sector waarbij de leerkracht zelf aan het roer gaat
staan (zie de opkomst van PO in actie en het werkdrukakkoord). Deze
koerswijziging is nu terug te vinden in de conceptafspraken die we gedeeld
hebben en dat was de bedoeling.

We willen er ook geen doekjes om winden; deze koerswijziging betekent een andere rol
voor de leerkracht en het team en een andere rol voor de cao. Dat zal misschien
wennen zijn, maar er is het afgelopen jaar veel gebeurd
dat bij gaat dragen aan het succes van deze cao. De massale opstand in
het PO heeft meer gedaan dan alleen de politieke agenda bewerken. Er is een
professionele ontwikkeling gaande waar we vol op moeten inzetten. Leerkrachten
zijn aangehaakt en volgen de ontwikkelingen op de voet. Een groot deel van de
leerkrachten weet nu al welke stappen er straks in hun team genomen moeten worden
als de cao van kracht wordt. Een unicum.

Het is nu al wennen voor sommigen. Zo schreef lerarenvereniging Sint Bonaventura een stuk met kanttekeningen, waar we graag op reageren.

De nieuwe cao gaat uit van de professionele dialoog en de
kracht van het schoolteam om uitdagingen en problemen in gezamenlijkheid aan te
pakken. Een cao is volgens ons niet alleen bedoeld om verstoorde werkrelaties
nog enigszins te redden, maar moet sturing geven aan de dialoog in scholen. In
scholen waar het goed gaat en in scholen waar het minder goed gaat. Een
verstoorde werkrelatie is met geen enkele cao op te lossen. Die problematiek
vraagt echt om andere maatregelen. In het stuk van Bonaventura staan zoveel
beren op de weg dat het haast onmogelijk wordt de weg nog enigszins te zien. We
kunnen bij deze al aangeven dat, als je de cao niet gaat zien als een nieuw in
te zetten instrument, maar enkel denkt vanuit tegenstrijdige belangen tussen
werkgever-werknemer (of directie vs leerkrachten), het niet gaat werken. Op een
flink aantal van de kanttekeningen in dit stuk (terugkomdagen, inhoud van het
werkverdelingsplan, plaats- en tijdgebonden uren, besluitvorming
werkverdelingsplan) kunnen we hetzelfde antwoord geven: dat bepaal je dus samen
met het team. We gaan, zoals al vermeld in onze inzetbrief, uit van de
collectieve autonomie.

Wanneer dit werkverdelingsplan er ligt, kunnen er vervolgens met de individuele werknemer
afspraken worden gemaakt. Er worden echt nog individuele rechten beschreven in
de uiteindelijke tekst, maar het werkverdelingsplan gaat daaraan vooraf.

Wij begrijpen dat er situaties zullen ontstaan die nadelig
zijn voor een individuele leerkracht, maar die ontstaan er nu ook. De huidige én
de nieuwe cao kunnen helpen om zulke situaties op te lossen, maar willen we
echt verandering teweeg brengen dan moeten we echt een andere kant op gaan.
Hier zijn we zelf bij, we moeten dit zelf doen.



Brief aan Reinier

Onderwijs Posted on Thu, January 18, 2018 08:03:10

Beste Reinier,

We spraken elkaar van de week kort op Twitter. Dit naar
aanleiding van een foto van een hele lange rij lege parkeerplekken naast een
school in het hartje van Amsterdam, waar de leerkrachten van deze school niet
mochten parkeren omdat regelgeving zegt dat er maar één vergunning per 50
fulltime leerkrachten mag worden
afgegeven. Deze plekken staan iedere dag
leeg. “Waarom parkeren?”, hoor ik u zeggen. Omdat Amsterdam is getroffen door
een grootse onderwijsramp: het lerarentekort. De weinige leerkrachten die we
hebben, moeten we koesteren. Het tekort dwingt schoolteams alle mogelijke barrières
te slechten voor leraren om naar scholen toe te komen zodat wij ons vak kunnen
blijven uitoefenen. De gemeente speelt hier ook een belangrijke rol in.

De lege parkeerplekken naast de Alan Turingschool

Want het lerarentekort is er. Daar hoeven we het niet lang
over te hebben. Amsterdam heeft grote moeite om genoeg leerkrachten te vinden
die in onze prachtige stad willen (blijven) werken. Dit neemt in de aankomende
jaren extreem toe. Als klap op de vuurpijl kwam daar deze week het bericht dat de groei
van het aantal basisschoolleerlingen in de regio Amsterdam de aankomende jaren
met meer dan 10% groeit. De reden dat
Amsterdam het grootste lerarentekort van Nederland heeft, wordt naast de krapte
op de arbeidsmarkt, ook veroorzaakt door hoge huizenprijzen, slechte
reiskostenvergoeding en exorbitante
parkeerkosten.

Gelukkig wordt er, sinds kort, al het een en ander gedaan om
deze onderwijsramp tegen te gaan. Zo is de subsidie ‘tegemoetkoming aanvullende reiskosten leraren
2017-2018’
een mooi begin. Deze regeling zorgt ervoor dat mijn
collega’s die verder dan 21,5 km van hun werkplek wonen, de aankomende twee
jaar hun eigen bijdrage op de reiskosten (vaak honderden euro’s op jaarbasis)
vergoed krijgen. Ook wordt er al een tijd gesproken over parkeerplekken voor
leerkrachten. Alleen de concrete uitwerking laat nu al veel te lang op zich
wachten.

De huidige regelingen voor een vergunning zijn onduidelijk
en kosten veel geld. Één parkeerplek, als je er als school al voor in
aanmerking komt, kost 500 euro per jaar. In sommige gevallen betaalt de school,
maar we kennen ook situaties waarbij de leerkrachten dit zelf moeten ophoesten.
Een zeer onwenselijke situatie. Dit moeten we echt niet willen!

Er is geen tijd meer om te wachten met regelgeving, verkiezingen,
goede sier en overleg. Wil Amsterdam echt voorkomen dat we massaal klassen naar
huis gaan sturen, moet Amsterdam nu spierballen tonen. Regel genoeg gratis
parkeerplekken voor scholen! Al is het maar tussen half 8 en 17.00 uur. Zorg
ervoor dat je oplossingsgericht bent. Nood breekt immers wet.

Ook dan zijn we er nog niet. Nog lang niet. Iedereen
begrijpt dat de problematiek verder gaat dan een parkeerplaats. Maar iedereen
begrijpt ook dat een goede leerkracht voor een groep Amsterdamse kinderen meer
oplevert dan die parkeergelden.

Eva Naaijkens, schoolleider Alan Turingschool

Thijs Roovers, leerkracht groep 4 Leonardo da Vincischool, Woordvoerder/voorzitter PO in Actie



Prinsjesdag

Onderwijs Posted on Tue, September 19, 2017 22:18:24

Beste meneer Pechtold,

Enige maanden geleden hoorde ik Staatssecretaris Dekker
zeggen dat een klas met pubers zwaarder is dan een klas met kleuters. Leerkrachten
spraken er schande van.
Gelukkig volgde er
na lang aandringen een soort van excuusbrief van minister Bussemaker. De
gemoederen waren bedaard. Staatsecretaris Dekker is van de VVD, een partij die zich
in het verleden nooit echt hard heeft gemaakt voor onderwijs. Deze uitspraak
was ergens nog wel te verwachten.

Leerkrachten hadden al hun hoop gevestigd op de formatie.
Met D66, dé onderwijspartij, als coalitiepartner zouden er eindelijk stappen worden
gezet naar het aanpakken van achterstallig onderhoud in het primair onderwijs. Daar
zijn de problemen momenteel het grootst. Het laagste salaris van alle onderwijssectoren,
de meeste uitval door burn-outs en het grootst voorspelde lerarentekort
; het
resultaat van jarenlang ondermaats beleid op onderwijs.

Ook de vakbonden en de werkgeversorganisatie PO-Raad spraken
zich uit
. Zelfs de sectorraden van het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs
gaven nog voor de formatie aan dat de problemen in het primair onderwijs het
meest nijpend zijn. Ook zijn alle betrokken partijen het erover eens hoe die
pijn op te lossen is: een eerlijk salaris en minder werkdruk. Goed, het stond dan
wel niet in uw verkiezingsprogramma, maar er werd door D66 veel geld (4,5
miljard) vrijgemaakt voor onderwijs. Wanneer de oplossingen op een
presenteerblaadje worden aangereikt door de gehele onderwijssector, dan stap je als
onderwijspartij over je eigen partijprogramma heen.

Dit dacht ik tenminste. Vanavond verschenen wij beiden in
het televisieprogramma EenVandaag. Hierin werd gesproken over de 270 miljoen extra
voor salaris, bevochten door de PvdA, dat in de Miljoenennota gepresenteerd
werd. In mijn interview gaf ik aan dat de problemen met deze 270 miljoen bij lange
na niet opgelost worden, het is een schijntje. Uw reactie versplinterde voor
veel leerkrachten het beeld van D66 als onderwijspartij. Want nu blijkt dat we
het echt allemaal zelf moeten doen als leerkrachten, ondanks dat wij met ruime
meerderheid op uw partij stemden.

“Een prachtige loonsverhoging” (3%) noemde u het. Volgens
het OESO rapport van vorige week verdient de basisschoolleerkracht 30% minder
dan andere hoger opgeleiden. Hiermee scoren we 15% onder het internationale gemiddelde.
Hoe gaat 3% ons vak weer aantrekkelijk maken, meneer Pechtold? Hoe trekken we
hiermee jongeren over de streep om voor dit prachtige vak te kiezen? Hoe
behouden we leerkrachten die, omwille van het salaris, overstappen naar het
voortgezet onderwijs? De leerlingen van nu en de toekomst hebben leerkrachten
nodig!

“Wees blij dat je als eerste aan de beurt bent, want heel
veel andere sectoren, daar gebeurt het niet” Het gaat ons niet enkel om ons eigen
salaris meneer Pechtold. Toekomstige medewerkers van de politie en de zorg
verdienen ook goed onderwijs, zelfs toekomstige politici zijn gebaat bij genoeg professionals
die ze taal, rekenen en spelling kunnen leren. We verdienen overigens echt
minder dan die andere sectoren (vanaf 34:50).

“Ik kom ook wel eens in scholen en daar hoor ik ook andere
geluiden”. Dit kan dan niet het afgelopen half jaar zijn geweest. Op bijna elke
school hing het manifest, opgesteld en getekend door de sociale partners en
POinactie: wij eisen een eerlijk salaris en minder werkdruk. Op 27 juni bleven
op 95% van de basisscholen de deuren een uur langer gesloten. Ook ouders van
schoolgaande kinderen (85%) steunen deze twee doelen en rekenden op uw partij.

Op 5 oktober staken de basisscholen in Nederland. Dit doen
wij, en dat kan ik u eerlijk zeggen, niet graag. De klas in de steek laten, is
het laatste wat een leerkracht wil. De inzet waarmee wij elke dag voor de klas
staan komt vooral door de liefde voor ons vak. De wens om ieder kind in
Nederland goed onderwijs te geven. Om elk kind het gevoel te geven dat hij of zij ertoe doet en de wens om elke generatie een stukje slimmer te maken. We doen
dit zodat de problemen waar we in de toekomst mee te maken zullen krijgen,
opgelost kunnen worden door een volgende, gelukkige generatie.

Deze staking blijkt nu, meer dan ooit, hard nodig. Onbegrip en
onwil van de VVD om de problemen in het onderwijs op te lossen is tot daar aan
toe, maar als zelfs “de onderwijspartij” hier niet toe in staat is, zijn we
verder van de oplossing dan ik ooit dacht. Red het primair onderwijs of laat de
geuzennaam “de onderwijspartij” vallen. Het werkveld zal dat, bij uitblijven van
gepaste maatregelen, in elk geval wél doen.

Met groet,

Thijs Roovers
Woordvoerder POinactie



If you pay peanuts, you get…

Onderwijs Posted on Fri, March 03, 2017 11:07:30

…gemotiveerde leerkrachten? Dat moet de gedachte zijn
geweest van beleidsmakers de afgelopen jaren. Al jarenlang worden leerkrachten
in het primair onderwijs flink onderbetaald. Dat dit nog niet tot acties heeft
geleid, mag best bijzonder worden genoemd.

Al eerder schreven Jan van de Ven (artikel) en ik (artikel 1, artikel 2) een aantal stukken over het
verschil in salaris tussen leerkrachten in het primair en leraren in het
voortgezet onderwijs. Met het steeds groter groeiende lerarentekort, roepen nu
ook andere betrokken partijen op tot verandering (PO Raad en AOb).

Ook bij leerkrachten is de roep om meer salaris steeds
prominenter aanwezig. In een paar dagen tijd staat het ledenaantal van de
Faceboekgroep “PO in actie” boven de 4800. De groep, opgericht door leerkrachten Paul de
Brouwer, Mark Mieras en John Bloemscheer van ArnhemMeestert, richt zich op twee onderwerpen: een beter salaris en
kleinere klassen. Ondanks dat het een besloten groep is, neemt het aantal leden (bijna allen leerkracht) snel toe. Ze maken zich, terecht, zorgen.

Praten over geld in het onderwijs is vaak nog een taboe. Je
wordt geen leerkracht omdat je veel wilt verdienen. Toch is het nu tijd om de
zorgen over het lage salaris op grotere schaal te delen. Ik zie gemotiveerde collega’s uitvallen door
de hoge werkdruk en tegelijkertijd is er weinig aanwas van nieuwe leerkrachten. We hebben een betere concurrentiepositie nodig om op korte termijn
meer gemotiveerde mensen naar het primair onderwijs te krijgen. Er zijn ook
andere problemen die opgelost moeten worden, de hoge werkdruk bijvoorbeeld. Met
nog minder leerkrachten, zal de werkdruk alleen maar toenemen.

Hoe zit het ook alweer?

Een leerkracht basisonderwijs heeft een hbo-diploma
(Bachelor in Education), dit is hetzelfde diploma als een 2e graads
leraar in het voortgezet onderwijs. Toch verdienen de leraren in het voortgezet
onderwijs behoorlijk veel meer, dit scheelt honderden euro’s per maand. Dit is
vreemd, helemaal wanneer je het gemiddeld aantal gewerkte uren per week van de
twee sectoren naast elkaar legt. Leerkrachten in het primair
onderwijs werken structureel nog meer over (gem. 46,9 uur p/w), de collega’s uit het voortgezet
onderwijs (gem. 45,2 uur p/w)

(Bron: Aob Tijdbesteding leraren po en vo’)

Wanneer we kijken naar andere hbo-beroepen, verdienen leerkrachten
in het basisonderwijs gemiddeld zelfs 30% minder. Het wordt jongeren met ambitie op deze
manier wel heel moeilijk gemaakt om te kiezen voor een baan in het primair
onderwijs.

Het is daarom tijd om dit probleem op te pakken en hoewel dit geen
populair onderwerp is bij de verschillende politieke partijen, vanwege de
miljarden die ermee gemoeid zijn, is het wel belangrijk dat het nu gebeurt. Uit
een vragenrondje langs verschillende politieke partijen blijkt dat het onderwerp
niet of nauwelijks op de agenda staat. Tijdens de politieke debatten met het
oog op de verkiezingen is onderwijs momenteel sowieso een onderbelicht
onderwerp. Dit is jammer en onwenselijk. Een beter salaris moet gezien worden
als een investering in onze kenniseconomie, het betaalt zichzelf uiteindelijk
terug.

‘If you pay peanuts, you get monkeys’, luidt het Engelse
gezegde eigenlijk. Ik mag toch hopen dat dit gezegde ook bij politici, ouders
en media bekend is. Laten we vooral zorgen dat ze het te weten komen, deel dit
bericht via sociale media, praat erover met je collega’s, vrienden en familie.
Als er uiteindelijk acties volgen, moet duidelijk zijn dat dit gebeurt
omdat we het beste willen voor onze leerlingen. Wanneer je hart hebt voor kinderen,
investeer je in hun toekomst. Er zijn nu al minimaal 4800 collega’s (PO in
Actie)
die dit best nog eens uit willen komen leggen.



Foei Tim!

Onderwijs Posted on Sun, February 26, 2017 11:51:29

Op 15 februari wordt het debat over Onderwijs2032 op verzoek
van het CDA geannuleerd. Het CDA wil eerst een hoorzitting. Deze zal eind
maart/begin april plaats gaan vinden. Ik ben hier blij mee. Er zijn nog teveel
onduidelijkheden en ik ervaar weinig draagvlak onder collega’s en op sociale
media.

Naast een hoop positieve reacties op het initiatief van het
CDA, kwam er op 16 februari ook een tweetal tweets met minder positieve lading voorbij.
Deze waren afkomstig van Tim Versnel, woordvoerder bij de VVD:

De vele reacties op deze tweet laten zien dat veel collega’s
het hier niet mee eens zijn en de harde bewoordingen niet kunnen waarderen. Ook
ik voel mij persoonlijk aangevallen en reageer. In mijn reactie stel ik voor om
eens te gaan praten. Hoe handig Twitter ook is, het laat soms weinig ruimte
voor een genuanceerde dialoog. Tim pakte de uitnodiging direct op en op 22
februari spraken wij elkaar in de Tweede Kamer. In dit blog geef ik een beknopt
verslag van het gesprek en zet ik vooral enkele van mijn gedachten uiteen over
de het lerarenregister en Onderwijs2032.

Foei Tim!

Zodra we zitten, zeg ik: ‘Foei Tim, dat waren geen
fijne tweets.’ Versnel geeft direct aan dat de toon van zijn tweets niet slim
was. Het was niet zijn bedoeling om zoveel leraren een slecht gevoel te geven. Hij
verontschuldigt zich hiervoor. De aanleiding voor zijn tweets, was een brief
van de vereniging Beter Onderwijs Nederland (BON)

In deze brief zet BON uiteen waarom zij vinden dat de
curriculumherziening gestopt moet worden. Door BON niet expliciet te melden,
reageren zowel voor- als tegenstanders van Onderwijs2032. Versnel geeft aan dat
hij dit niet verwachtte:

‘Het verbaasde mij dat leraren die vaak zo verdeeld zijn in hun
opvattingen over onderwijs, zo voor elkaar opkomen en zich naar aanleiding van
een tweet toch
als één blok opstellen.’

Op dit punt zijn we het eens. Ik spreek vaak met
mensen die verschillen van mening over allerhande onderwerpen binnen het
onderwijs. Bij deze, soms harde, dialogen ervaar ik vaak begrip voor elkaars
mening. De reden dat leraren met passie praten over hun vak, is een flinke bak
motivatie om zo goed mogelijk onderwijs te geven. Van mening verschillen mag,
graag zelfs, het draagt bij aan de inhoudelijke discussie over de kwaliteit van
onderwijs, het zorgt soms voor nieuwe inzichten en stelt het eigen handelen aan
de kaak. Het verhaal van Versnel is helder en ondanks dat we het nog niet over
de inhoud gehad hebben, merk ik dat ook dit zo’n gesprek kan worden.

Het lerarenregister.

Er staan veel punten in de brief van BON waar ik me in
kan vinden. Ook ik ben kritisch over de curriculumherziening. Vooral het
lerarenregister is een doorn in mijn oog. Het wetsvoorstel is door de Eerste
Kamer en dit betekent dat we, als leraren, vanaf 1 augustus 2018 allemaal ‘registerleraar’
behoren te zijn. Ik vraag Versnel naar zijn mening over het lerarenregister. Volgens
Versnel biedt het lerarenregister een kans om de beroepseer weer te herstellen:

‘Mensen ervaren het onderwijs als stug. Ze denken dat
leraren niet bereid zijn om bij te leren, terwijl dit vaak wel het geval is. Als
je laat zien dat je ontwikkelt en bijschoolt, zal dit de beroepseer ten goede
komen….Leraren die tegen het register zijn, worden vast enthousiast als ze zien
dat het werkt.’

Ik kan Versnel redelijk vinden in zijn eerste punt.
Ook ik zie collega’s hard werken en gesprekken voeren over onderwijs terwijl dit
niet zichtbaar is voor de buitenwereld. Toch zie ik ook veel leraren die hun
bevlogenheid delen met de rest van de wereld, bijvoorbeeld door publicaties,
het organiseren van bijeenkomsten, sociale media etc. Zijn tweede punt vind ik
verre van geloofwaardig. Te vaak zijn onderwijsvernieuwingen van bovenaf
opgelegd (basisvorming, tweede fase etc.) en uiteindelijk ten onder gegaan.

De Commissie Dijsselbloem analyseerde in haar rapport
‘Tijd voor onderwijs’ een aantal
ingrijpende onderwijsvernieuwingen die in de jaren negentig werden doorgevoerd
en concludeerde hier onder andere uit:

Politiek draagvlak was belangrijker
dan draagvlak in onderwijs:
Regeerakkoorden forceerden een doorbraak, maar versterkten het gesloten
beleidsproces. Overeenstemming met het onderwijsveld werd bereikt met de beroeps
vertegenwoordigers van belangenorganisaties. Zij leken daarbij dichter bij de politiek te staan,
dan bij hun eigen achterban.

Zonder draagvlak zal het lerarenregister nooit gaan
werken. Leraren zijn het zat. Getuige ook de reacties onder het bericht dat
Sander Dekker plaatste op Twitter waarin hij het aannemen van het Lerarenregister
door de Eerste Kamer ‘een mijlpaal” noemde (foto). Op mijn vraag of Versnel namen
kan noemen van drie leerkrachten die voorstander zijn van het lerarenregister,
moet Versnel een antwoord schuldig blijven.

Ik ben zelf niet tegen een lerarenregister. Ik ben
voor een vrijwillig lerarenregister waar leraren kunnen laten zien welke opleidingen
en cursussen zij gevolgd hebben. Ik ben tegen
een verplicht lerarenregister met onzincursussen, waarbij punten behalen
belangrijker is dan de kwaliteit van de cursus.

Onderwijscoöperatie

Een voor mij groot knelpunt ten aanzien van draagvlak
is Onderwijscoöperatie (OC). Deze organisatie, belast met de uitvoering van het
lerarenregister, is voor mij als gewone leerkracht ontoegankelijk en
ondoorzichtig. Op de zeventien vragen die ik de OC in de afgelopen maanden via mail
en Twitter stelde, volgden slechts drie antwoorden. Dit ontneemt bij mij de motivatie
om mee te willen blijven praten. Tegelijkertijd zorgt dit bij mij voor
wantrouwen over het bereiken van al die collega’s die de huidige ontwikkelingen
niet op de voet volgen. Kan je erop vertrouwen dat deze leraren zich gehoord
voelen door de OC? Ik ben bang van niet.

Wanneer er in de aankomende tijd geen drastische
verbetering gaat plaatsvinden in de communicatie van de OC richting leraren en
in het betrekken van leraren die geen
registerleraar zijn (ongeveer 220.000), voorzie ik grote problemen bij de haalbaarheid
van het lerarenregister in de praktijk.

Onderwijs2032

Het volgende punt is de inhoud van Onderwijs2032 (of
tegenwoordig ‘curriculumherziening voor primair en voortgezet onderwijs’). Ik
vraag Versnel waarom hij dit een belangrijke vernieuwing van ons curriculum
vindt:

‘Het onderwijs van nu
is ingericht zoals honderd jaar geleden. De maatschappij stelt nieuwe eisen aan
de werknemers van de toekomst. Het is een veranderende samenleving en we hebben
een dynamisch curriculum nodig, waardoor we veel sneller kunnen inspelen op
deze veranderingen.’

Wanneer ik dit hoor, word ik altijd een beetje
nerveus. Er was en is altijd een veranderende samenleving. Het enige constante
is dat mensen goed moeten kunnen lezen, schrijven en rekenen. Natuurlijk moeten
we steeds blijven kijken wat werkt en wat niet werkt. Voor mij zijn dat een
goede relatie met de leerling, effectieve directe instructie en vooral veel
gemotiveerde, hoogopgeleide collega’s. Momenteel maak ik mij veel meer zorgen
over dat laatste punt, dan over de noodzaak voor een aangepast curriculum.
Coderen in de basisschool is een prachtig idee, maar waar halen we de tijd en
de mensen vandaan die dit gaan doen?

Ten aanzien van het recente voorstel van
staatssecretaris Dekker om een lespakket normen en waarden te gaan ontwikkelen
voor scholen, zegt Versnel het volgende:

‘Ik zie een tweesplitsing
in onze samenleving. Waar de ene groep normen en waarden van thuis uit heeft
meegekregen, is er een andere groep die het moeilijk vindt om zich in onze
maatschappij succesvol te ontwikkelen, mede veroorzaakt door andere
omgangsvormen.’

Ik ben van mening dat lessen in normen en waarden weinig
toegevoegde waarde hebben. Normen en waarden draag je uit als school, in alles.
Leerlingen succesvol laten zijn in hun ontwikkeling ligt volgens mij veel meer
bij het bieden van uitstekend onderwijs in de klas, gegeven door leraren die
het goede voorbeeld geven. Met goede cijfers stroom je door naar een goede
vervolgopleiding, welke uiteindelijk vaak zorgt voor een betere sociaal
culturele positie. Daar moet de focus van de lessen liggen. Het programma op
mijn basisschool is momenteel al vol genoeg. Wanneer er nog meer toegevoegd
gaat worden, zullen andere vakken minder aan bod komen.

Conclusie

Een goed gesprek heeft altijd zin. Ik vind nog steeds
dat zijn tweets niet door de beugel kunnen. We gaan het ook niet eens worden op
meerdere onderwerpen. Dat hoeft ook
niet, de VVD is mijn partij niet en zal dit ook nooit worden. Het gesprek sterkt
mij in mijn eigen opvattingen en maakt dat ik mij nog harder ga inzetten voor
meer inspraak van leraren bij onderwijsvernieuwingen. Of het veel invloed gaat
hebben op de VVD visie op onderwijs? Ik betwijfel het, maar ik verleg graag een
kiezelsteen.

Bij het verlaten van de Tweede Kamer spreek ik nog een
keer de woorden uit; Foei Tim, niet meer doen.’ Ik hoop dat die boodschap is
aangekomen.



Next »