Dat het onderwijs kampt met een groot en structureel lerarentekort is geen nieuws. Het is een ontwikkeling die zich reeds jaren geleden aankondigde. De politiek en de werkgevers hebben onvoldoende gedaan om de huidige crisis te voorkomen. De maatregelen die nu worden genomen om de gevolgen van deze tekorten op te vangen zijn niet veel meer dan plakbandconstructies. Zo worden studenten, zij-instromers, gepensioneerden en onbevoegden ingezet om de gaten op te vullen. Ook komt het voor dat leerlingen helemaal geen les krijgen, omdat er geen enkele oplossing voorhanden is. Als we niet snel ingrijpende maatregelen nemen, is de kans reëel dat de voorgestelde vierdaagse schoolweek binnen de kortste keren een driedaagse schoolweek moet worden. Het lerarentekort zal namelijk alleen maar toenemen.

De vier grote steden zijn bezig met het ontwikkelen van noodplannen om het lerarentekort het hoofd te bieden. Een voornaam doel hierbij is om de kopzorgen van leraren en schoolleiders te verminderen. Dit klinkt mooi, toch baart elk noodplan ons enorme zorgen. Tot dusver hebben we het ministerie van onderwijs niet kunnen betrappen op een degelijke visie op (passend) onderwijs voor leerlingen en over de wijze waarop het vak aantrekkelijker kan worden gemaakt voor leraren. We moeten niet vergeten dat er naast het lerarentekort het Nederlandse onderwijs voor nog enkele andere grote uitdagingen staat. Veel scholen hebben de basis niet op orde. En een gevolg van die gebrekkige basis is dat de leesvaardigheid van Nederlandse jongeren achteruit holt. Als we niet oppassen is straks een kwart van de werkende bevolking functioneel analfabeet.

We zien dat er basisscholen zijn die menen dat je van de nood een deugd kunt maken. Leraren kunnen, zo denken zij, zich met het noodplan eindelijk weer gaan richten op de kernvakken taal, rekenen, lezen, schrijven en wereldoriëntatie. Vakken die meer gericht zijn op brede vorming, zoals kunst, cultuur of Bildung, kunnen worden uitbesteed aan kunstenaars of mensen uit het bedrijfsleven. Veel meer dan vakkennis en een verklaring omtrent gedrag hebben deze mensen niet nodig om leerlingen onderwijs te geven. Dit klinkt mooi, ware het niet dat deze activiteiten bijna altijd moeten worden begeleid door de groepsleerkracht, omdat ze anders in chaos ontaarden met alle negatieve bijeffecten voor kwetsbare leerlingen van dien. Maar dat is niet het enige. Zo geeft Suzanne Lustenhouwer, initiatienemer van ‘Voor de klas’ aan dat de inzet van externe partijen geen oplossing is voor het lerarentekort. Veel organisaties hebben maar een beperkt aanbod, leraren zullen toch echt ter begeleiding mee moeten met de activiteiten buiten school en diezelfde leraren moeten, aldus Lusthouwer, ook nadenken over de vraag hoe deze activiteiten passen binnen het curriculum van de school. Om dit allemaal in goede banen te leiden heeft een gemiddelde school eerder meer medewerkers en extra middelen nodig in plaats van minder. En waar haalt een school die vandaan?

Een noodplan is alleen effectief als deze hand in hand gaat met een degelijke onderwijsvisie en echte investeringen in het onderwijs. Leraren hebben niets aan maatregelen die ervoor zorgen dat hun baan inhoudelijk minder aantrekkelijk wordt en de facto zwaarder wordt. Noodmaatregelen die leraren de scholen en de stad uitjagen vergroten de problematiek. Het zijn feitelijk doodmaatregelen voor het onderwijs aan veelal leerlingen uit de zwakkere, kwetsbare milieus.

Wat is er nu werkelijk nodig om het beroep van leraar in scholen aantrekkelijk te maken en te houden? Welke voorwaarden zijn nodig om leraren te kunnen binden of zelfs meer te laten werken? Denk aan huisvesting zoals koop- en huurwoningen waarin een middenklassegezin kan wonen. Woningen die nu beschikbaar komen voor leraren zijn voor (startende) leraren onbetaalbaar. De salariskloof met andere onderwijssectoren dient direct te worden gedicht. Een salarisdifferentiatie afhankelijk van de wijk of school waar je werkt is nodig. Amsterdam afficheert zich graag als wereldstad, maar is niet in staat om leraren naar die wereldstad te trekken of te behouden. Wereldsteden om ons heen, denk aan Londen en Parijs, kennen al jaren een bonus voor leraren die in hun metropool komen werken.

Maar dat is niet alles. Veel leraren die noodgedwongen buiten de stad wonen krijgen geen volledige vergoeding van de reiskosten. Er zijn nauwelijks parkeerplaatsen beschikbaar. En aanvullende maatregelen die het werken in grote steden aantrekkelijk maken, denk hierbij aan gratis openbaar vervoer, kinderopvang en belastingvoordelen voor leraren, zijn nog niet ingevoerd. Maar neem ook alle barrières weg om zij-instromers een goede opleiding te bieden door de huidige subsidie substantieel te verhogen. Het structureel oplossen van het lerarentekort gaat geld kosten, veel geld.

Nood breekt wet en een noodplan is in de huidige situatie onafwendbaar, maar verdere stappen zijn noodzakelijk. De diverse overheden en de schoolbesturen dienen zich af te vragen wat de behoefte is van leraren. Wat hebben zij nodig om ervoor te zorgen dat ze in Amsterdam willen komen en blijven werken en wonen. Dat vraagt een grote investering. Alleen als je redeneert vanuit de leraar dan kun je het lerarentekort doen afnemen. Doe je dat niet, dan wordt de driedaagse schoolweek op termijn het ‘nieuwe normaal’. Trouwens, is het niet een beetje gek dat leraren en schoolleiders het lerarentekort moeten oplossen?

Martin Bootsma, Eva Naaijkens en Thijs Roovers