Beste meneer Pechtold,

Enige maanden geleden hoorde ik Staatssecretaris Dekker
zeggen dat een klas met pubers zwaarder is dan een klas met kleuters. Leerkrachten
spraken er schande van.
Gelukkig volgde er
na lang aandringen een soort van excuusbrief van minister Bussemaker. De
gemoederen waren bedaard. Staatsecretaris Dekker is van de VVD, een partij die zich
in het verleden nooit echt hard heeft gemaakt voor onderwijs. Deze uitspraak
was ergens nog wel te verwachten.

Leerkrachten hadden al hun hoop gevestigd op de formatie.
Met D66, dé onderwijspartij, als coalitiepartner zouden er eindelijk stappen worden
gezet naar het aanpakken van achterstallig onderhoud in het primair onderwijs. Daar
zijn de problemen momenteel het grootst. Het laagste salaris van alle onderwijssectoren,
de meeste uitval door burn-outs en het grootst voorspelde lerarentekort
; het
resultaat van jarenlang ondermaats beleid op onderwijs.

Ook de vakbonden en de werkgeversorganisatie PO-Raad spraken
zich uit
. Zelfs de sectorraden van het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs
gaven nog voor de formatie aan dat de problemen in het primair onderwijs het
meest nijpend zijn. Ook zijn alle betrokken partijen het erover eens hoe die
pijn op te lossen is: een eerlijk salaris en minder werkdruk. Goed, het stond dan
wel niet in uw verkiezingsprogramma, maar er werd door D66 veel geld (4,5
miljard) vrijgemaakt voor onderwijs. Wanneer de oplossingen op een
presenteerblaadje worden aangereikt door de gehele onderwijssector, dan stap je als
onderwijspartij over je eigen partijprogramma heen.

Dit dacht ik tenminste. Vanavond verschenen wij beiden in
het televisieprogramma EenVandaag. Hierin werd gesproken over de 270 miljoen extra
voor salaris, bevochten door de PvdA, dat in de Miljoenennota gepresenteerd
werd. In mijn interview gaf ik aan dat de problemen met deze 270 miljoen bij lange
na niet opgelost worden, het is een schijntje. Uw reactie versplinterde voor
veel leerkrachten het beeld van D66 als onderwijspartij. Want nu blijkt dat we
het echt allemaal zelf moeten doen als leerkrachten, ondanks dat wij met ruime
meerderheid op uw partij stemden.

“Een prachtige loonsverhoging” (3%) noemde u het. Volgens
het OESO rapport van vorige week verdient de basisschoolleerkracht 30% minder
dan andere hoger opgeleiden. Hiermee scoren we 15% onder het internationale gemiddelde.
Hoe gaat 3% ons vak weer aantrekkelijk maken, meneer Pechtold? Hoe trekken we
hiermee jongeren over de streep om voor dit prachtige vak te kiezen? Hoe
behouden we leerkrachten die, omwille van het salaris, overstappen naar het
voortgezet onderwijs? De leerlingen van nu en de toekomst hebben leerkrachten
nodig!

“Wees blij dat je als eerste aan de beurt bent, want heel
veel andere sectoren, daar gebeurt het niet” Het gaat ons niet enkel om ons eigen
salaris meneer Pechtold. Toekomstige medewerkers van de politie en de zorg
verdienen ook goed onderwijs, zelfs toekomstige politici zijn gebaat bij genoeg professionals
die ze taal, rekenen en spelling kunnen leren. We verdienen overigens echt
minder dan die andere sectoren (vanaf 34:50).

“Ik kom ook wel eens in scholen en daar hoor ik ook andere
geluiden”. Dit kan dan niet het afgelopen half jaar zijn geweest. Op bijna elke
school hing het manifest, opgesteld en getekend door de sociale partners en
POinactie: wij eisen een eerlijk salaris en minder werkdruk. Op 27 juni bleven
op 95% van de basisscholen de deuren een uur langer gesloten. Ook ouders van
schoolgaande kinderen (85%) steunen deze twee doelen en rekenden op uw partij.

Op 5 oktober staken de basisscholen in Nederland. Dit doen
wij, en dat kan ik u eerlijk zeggen, niet graag. De klas in de steek laten, is
het laatste wat een leerkracht wil. De inzet waarmee wij elke dag voor de klas
staan komt vooral door de liefde voor ons vak. De wens om ieder kind in
Nederland goed onderwijs te geven. Om elk kind het gevoel te geven dat hij of zij ertoe doet en de wens om elke generatie een stukje slimmer te maken. We doen
dit zodat de problemen waar we in de toekomst mee te maken zullen krijgen,
opgelost kunnen worden door een volgende, gelukkige generatie.

Deze staking blijkt nu, meer dan ooit, hard nodig. Onbegrip en
onwil van de VVD om de problemen in het onderwijs op te lossen is tot daar aan
toe, maar als zelfs “de onderwijspartij” hier niet toe in staat is, zijn we
verder van de oplossing dan ik ooit dacht. Red het primair onderwijs of laat de
geuzennaam “de onderwijspartij” vallen. Het werkveld zal dat, bij uitblijven van
gepaste maatregelen, in elk geval wél doen.

Met groet,

Thijs Roovers
Woordvoerder POinactie