Vandaag kwamen er twee tweets op
Twitter voorbij over een onderwerp waar ik me al een tijdje druk om maak. We, basisschoolleerkrachten,
verdienen te weinig. Het is echt zo. Ik ben niet iemand die is gaan werken in
het onderwijs om veel geld te verdienen. Ik ben wel tegen ongelijkheid, zowel
bij leerlingen als bij leraren. Over die laatste groep wil ik het vandaag hebben.

De
eerste tweet die ik vanmorgen las was die van @lerarentekort:

De geciteerde tweet van The Guardian verwijst naar een
artikel
waaruit blijkt dat leraren in Londen geen fatsoenlijk huis kunnen
kopen in de stad waar ze werken. Een fenomeen dat voor mij, als alleenstaande
basisschoolleerkracht in Amsterdam en veel van mijn collega’s, zeer
herkenbaar is.

De tweet deed mij denken aan het gesprek dat ik een half
jaar terug voerde met mijn bank. Nog beduusd van de opmerking eerder in het
gesprek: “Verdient een leerkracht zo weinig?”, loop ik het gebouw van mijn
hypotheekverstrekker uit. Het gesprek heeft mij twee dingen opgeleverd. Het eerste is
het vaststaande feit dat het voor mij het onmogelijk is om een hypotheek te
krijgen om dat kleine tweekamerappartement aan de rand van de stad te kopen. De tweede
opbrengst van het gesprek is de vraag die sindsdien niet meer uit mijn hoofd
gaat: ‘Waarom verdient een leerkracht eigenlijk zo weinig?’

Dat het salaris niet hoog is, zal
misschien door sommigen worden tegengesproken. Feit is dat leerkrachten uit het
primair onderwijs (PO) ongeveer 32% minder verdienen dan andere HBO afgestudeerden.
Dit blijkt uit recent
gepubliceerde gegevens
van de Organisatie voor Economische Samenwerking en
Ontwikkeling (OESO). In datzelfde overzicht blijkt dat leraren uit bijvoorbeeld
het voortgezet onderwijs (VO) ook onder het gemiddelde verdienen, maar toch een
stuk beter dan de basisschoolleerkracht. Vooral dit laatste verbaast mij.

Verschil PO – VO

Daar
sta ik niet alleen in. De tweede tweet die ik vandaag zag was die van @Lisawesterveld.

Het pleidooi van Rik Grashoff zal hopelijk veel bijval krijgen. Leerkrachten in het basisonderwijs krijgen structureel
minder betaald dan leraren in het middelbaar onderwijs. Dit verschil bestaat
niet enkel tussen eerstegraads leraren in het VO en basisschoolleerkrachten. Ook
de tweedegraads leraren in het VO, met hetzelfde diploma als een leraar in het
PO (Bachelor of Education), krijgen meer salaris.

De cijfers

Om dit verschil te verduidelijken staan hieronder een aantal
overzichten. Het eerste laat het startsalaris zien voor zowel PO als VO.

De bedragen ontlopen elkaar in het eerste jaar voor de
klas niet veel. Wanneer je kijkt naar de ontwikkeling van de lonen naarmate er
meer jaren wordt lesgegeven, groeit dit verschil.

Doorgroeien

Leerkrachten PO starten in de LA schaal, in het VO de LB schaal. Sinds 2008 is er, dankzij het Convenant
Leerkracht van Nederland
, de kans
om ook binnen het basisonderwijs op te klimmen naar een LB functie. Het aandeel
leraren in het PO met een LB
functie bedroeg 25,5 procent in 2015
. Een LB functie is volgens de AOb geen
functieverzwaring
, maar in de
praktijk ervaar, hoor en zie ik het anders. Naast de reguliere taken van een LA
leerkracht heeft de LB leerkracht een specialistische taak. Deze moet passen in
de (bij een volle fte) 40 urige werkweek. Vanuit eigen ervaring kan ik zeggen
dat veel van de uren die ik maak hier niet binnen passen.

De LB functie in het PO is overigens niet hetzelfde als de LB schaal in het VO.
Zelfs met een uitgebreider takenpakket wordt er in het PO minder verdiend dan
met een ‘normale’ baan in het VO.


In schaal 12 scheelt dit bruto EUR 501,- per maand.
Terugkomend op het probleem van een huis kopen; dit betekent een maximale
hypotheek van € 233.619,- (met 12+
dienstjaren) in het PO en € 261.040,-
in het VO. (bron: SNS bank)

In beide sectoren van het onderwijs bestaat de mogelijkheid om
door te groeien naar een LC functie. Dit gebeurt echter zelden in het PO. In 2015 was 0,3% van de leraren ingeschaald in deze LC schaal, tegen 31% in het VO.
Ook bij deze schalen is er een duidelijk verschil te zien.

Functiezwaarte

Zonder direct de discussie aan te willen gaan over waar de
zwaarte van de functie het hoogst is, wil ik toch een aantal cijfers laten zien
waaruit blijkt dat het werken in het PO in ieder geval niet minder zwaar is dan in het VO.

Zo heeft een leerkracht in het PO 930 contacturen en een
leraar in het VO 750 op jaarbasis. In het VO bedien je natuurlijk meer leerlingen per leraar, in het PO geef je tien verschillende vakken. Qua voorbereidingstijd en nakijkwerk zal dit elkaar niet veel ontlopen. Het ziekteverzuim binnen de twee
verschillende sectoren sterkt mij ook in de gedachte dat er in ieder geval
gelijkwaardigheid bestaat. Uit het onderzoeksrapport Verzuimonderzoek
PO en VO
2015 van DUO blijkt namelijk dat niet alleen het percentage van
ziekteverzuim in het PO hoger is (respectievelijk 4,3 in VO en 6,4 in PO), er
is tevens een stijging in het ziekteverzuim waar te nemen terwijl het
percentage in het VO gelijk blijft.

Oorzaken

Op mijn vragen aan Ben Hoogenboom (BH) en Walter Dresscher (WD)
van de AOb hoe het verschil verklaard kan worden, zijn de volgende antwoorden
gegeven:

‘De reden is de
werking van de arbeidsmarkt. Het gaat daarbij om vraag en aanbod tegen de achtergrond
van schaarste. Schaarste ontstaat door verschillende factoren, zoals
opleidingsniveau en aantrekkelijkheid van het werk. De situatie in de
arbeidsmarkt in het algemeen is voor de onderwijssector een gegeven, en daar
vallen dus niet zo veel keuzes te maken. Salarissen gaan omhoog door schaarste,
en schaarste ontstaat door hogere eisen aan het opleidingsniveau, die weer
gebaseerd zijn op de ingewikkeldheid van het werk. Het probleem in het
onderwijs is dat het werk wel degelijk ingewikkeld is, maar dat dit door de
samenleving en de werkgevers onvoldoende gezien wordt.‘
(WD)

‘Tegenwoordig is de rechtvaardiging voor dit
verschil steeds moeilijker te leveren.’
(HD)

Als mogelijke oplossing wordt door het AOb vooral het
opleidingsniveau van de PO leerkracht genoemd:

‘De structuur van de
arbeidsmarkt is gebouwd op opleidingsniveaus, die gebruikt worden bij de
functiewaardering en uiteindelijk de loonbepaling. Voor cao partijen is dit
niet iets wat je zo maar kunt veranderen, want dat zou tot verstoringen leiden
in de vorm van tekorten of overschotten.’
(WD)

‘Ons streven is er
daarom op gericht om de opleidingseisen voor het leraarsberoep omhoog te
brengen. Dit betekent verzwaring en verdieping van de opleiding. Het inhoudelijk
argument ontlenen wij aan het belang van goed onderwijs voor de leerling en de
samenleving en de gecompliceerdheid van het vak. Om die reden hebben wij reeds
in 1996 voorgesteld de pabo een academische opleiding te maken, wat echter niet
overgenomen is, integendeel, in de praktijk is het pabo niveau sindsdien nogal
afgezakt, wat de kansen op een hogere waardering verslechterd heeft.’
(WD)

En nu?

Het gaat mij natuurlijk niet alleen om mijn eigen sores bij het
kopen van een huis. Het gaat mij om het behoud van goede collega’s en het
aantrekken van nieuwe topleerkrachten voor het basisonderwijs. Veel van de startende
leerkrachten vertrekken
weer snel
, de aanmeldingen op de pabo’s
lopen terug
en het lerarentekort
komt er aan
. Ik vraag niet om snelle commerciële meisjes of jongens. Werken in het onderwijs moet bestemd blijven
voor mensen met een passie voor pedagogiek en didactiek. Ik vraag niet om een
wedstijdje functiezwaarte tussen leraren in het VO en leerkrachten in het PO, ik
vraag om gelijke monniken gelijke kappen. Ik vraag niet om een herenhuis aan de
Prinsengracht, ik vraag om een heel klein flatje enigszins in de buurt van mijn
werk.

Hoe? Volgens de AOb moeten we ons verenigen. Ik hoop hier echt
op. Ik hoop dat mijn vooroordeel dat er veel leerkrachten in het PO parttime
werken en geen kostwinner zijn, waardoor de noodzaak voor een hoger salaris minder
gevoeld wordt, onjuist is. Ik hoop dat jullie, mijn collega leerkrachten PO, het met mij eens zijn dat het werk dat wij
doen minstens net zo belangrijk is als het werk van de leraren in het VO en dat
we derhalve een zelfde waardering verdienen. Ik hoop dat jullie net als ik
inzien dat met een hoger salaris en betere doorgroeimogelijkheden er minder collega’s vertrekken en het beroep aantrekkelijker wordt voor
leerkrachten in de dop. Deel dit verhaal, praat erover met je collega’s en zorg ervoor dat we gehoord worden.

We zijn het waard, we verdienen meer!